Van de ruimte en de tijd
Enige notities over het werk van Caroline Diepstraten
Amsterdam, het Ateliercomplex Nieuw en Meer, 24 en 25 april 2011.
Dit paasweekend hebben 26 van de ruim 80 beeldende kunstenaars en vormgevers, die op de voormalige munitieopslagplaats van de Rijksdomeinen wonen en werken, hun studio, onder
de titel 'Salon 2', voor publiek opengesteld. Sinds 1997 doet Caroline Diepstraten mee aan dit jaarlijks terugkerende evenement dat van tijd tot tijd uitgroeit tot een grotere manifestatie met allerlei festiviteiten.
Caroline Diepstraten maakt ruimtelijke werken en installaties, dat doet zij al zo'n 25 jaar, alleen of soms samen met Caroline Penris met wie ze het kunstenaarsduo ckwadraat vormt. Hun gezamenlijke presentaties zien er uit als installaties, er wordt altijd vanuit de ruimte gedacht (zie ook de boekjes ckwadraat, uitgegeven in 2009 en Als reizigers, 2011).
Caroline Diepstraten denkt in ruimte en in tijd. Ooit hoorde zij een uitspraak van Albert
Einstein : “Ruimte en tijd zijn niet omstandigheden waarin wij leven, maar manieren waarop wij denken” en riep uit: “dat hoort bij mij!”.
In het atelier is, tussen de werkbanken en het overzichtelijk geordende gereedschap, plaats
ingeruimd voor een tiental kunstwerken: vrij opgesteld, hangend aan de muur of komend
vanuit het plafond. Er branden tl-lampen; het kunstmatige licht mengt zich met het licht van
buiten, dat door een klein raam naar binnen valt. Wat direct opvalt is de stille, bijna ingetogen
sfeer die er heerst en die alleen doorbroken wordt door het binnentreden van een wat
luidruchtiger publiek. De werkplaats is herschapen in een plek van beschouwing, alle aandacht gaat uit naar de kunstwerken. Dichtbij het raam staat, op een hoge kruk, een beeld waar je om heen kunt lopen. Uit een in grijs cement gegoten skelet van een kleine dinosauriër steken lange, dunne, gebogen, glimmende ijzerdraadjes. Aan de uiteinden van deze ijzerdraadjes zijn de enkelvoudige bloemetjes van een bloemhoofd van een hortensia bevestigd, eveneens in cement gegoten. Terwijl je om het beeld heen loopt, bewegen door de luchtstroom heel lichtjes de glimmende draadjes; ze spelen met het licht; licht dat heel subtiel verandert naarmate de tijd verstrijkt. Schaduwen verschijnen en verdwijnen weer. Het beeld krijgt steeds een ander aanzien, afhankelijk van hoe lang je er naar kijkt en waar je staat; het deel dat je vanuit jouw standpunt niet kunt zien wordt ogenblikkelijk in je gedachten aangevuld.
Vier lagen tijd, 'gevangen' in één beeld: momentane tijd; vertragende tijd - de vergankelijkheid
van de hortensiabloemetjes wordt door het cement dat hen omhult, nog enige tijd tegengehouden; denkbeeldige tijd - de ge(re)construeerde dinosauriër, die miljoenen jaren geleden leefde, is naar het heden gehaald.
Wie sprak er van Einstein? “Logica brengt je van A naar B, maar verbeelding brengt je overal”.
Tijd is beeld geworden.
In alle kunst liggen tijd en ruimte besloten, maar het is de unieke wijze waarop Caroline Diepstraten deze grondbeginselen thematiseert en visualiseert die aan haar werk zo'n bijzonder karakter verleent.
Aan de muur in het atelier hangen op ooghoogte, in diverse formaten, verscheidene objecten: luchtige driedimensionale, geometrische constructies waarvan de ijle contouren zijn opgebouwd uit zwarte, vierkante metalen staven - 'dragers van de ruimte' - waarbinnen 'taferelen' te zien zijn die zich ook buiten de omtrekken van de metalen constructie in de ruimte kunnen voortzetten.
Door de scherpe, zwarte grenslijnen van de constructie - het frame - lijken het kijkkastjes. De 'taferelen' ogen als ruimtelijke stillevens. Cementen of perspex vormen waarin vaak bloemen of bladeren te herkennen zijn, zijn op een kunstige wijze door kleurige draden omwonden - soms meer, soms minder - én met elkaar én met het frame verbonden. Draden van verschillende dikten en materialen: dunne katoenen of dikkere die uit wol of zijde gesponnen zijn. Je ogen glijden langs de draden van vorm naar vorm of maken een sprongetje wanneer de draden achter de vorm verdwijnen. Het zijn werken vol tegenstellingen. De levende bloemen en bladeren zijn ontdaan van hun kleur en lichtheid en getransformeerd in een dode materie (cement) die levendig aandoet door de zachte, kleurige draden; draden die een andere toepassing hebben gekregen dan waarvoor ze oorspronkelijk gebruikt worden. Er vinden allerlei omkeringen plaats, betekenissen zijn veranderd.
Draad - een dun spinsel van ineengedraaide vezels - is in de beeldende kunst een vrij ongebruikelijk materiaal. Maria Roosen heeft ooit warme truien voor haar melkkannen laten maken, Michael Raedecker borduurt zijn schilderijen en Berend Strik bewerkt zijn foto's met fragiele stoffen en fijn garen. Caroline Diepstraten verbindt er de vormen mee waardoor het kunstwerk kan zijn wat het moet zijn. Naarmate je langer kijkt lost het idee van een kijkkastje op: de uitstraling van de beeldende 'taferelen' - soms teer, zelfs kwetsbaar, dan weer stoer, krachtig - overstijgt de materialiteit van de strakke, grafische frames; het werk wordt één geheel en je vergeet dat de 'stillevens' een frame nodig hebben en deze op hun beurt, de muur om te kunnen bestaan.
Caroline Diepstraten werkt graag in series. Haar intuïtieve associatievermogen stuwt haar
verbeeldingskracht. Wanneer een perspexplaat, waardoor springerige ijzerdraadjes steken met cementen hortensiabloemetjes aan de uiteinden, tegen de voorzijde van een frame bevestigd is, wordt de 4e dimensie zichtbaar. De weerspiegeling van de bloemetjes en van een gedeelte van het atelier verandert onder invloed van het licht en afhankelijk van de positie die ingenomen wordt.
Vele verworvenheden uit eerdere kunstwerken worden 'meegenomen' naar nieuwe.
De Amerikaanse schilder en beeldhouwer Barnett Newman verklaarde in een discussie met collega's ooit eens: “Ik denk dat het idee van een 'voltooid' schilderij een fictie is. Ik denk dat een mens zijn hele leven besteedt aan het schilderen van één schilderij of het maken van één beeldhouwwerk. De kwestie van het stoppen is werkelijk een beslissing van morele aard. De beslissing wordt altijd genomen als het werk iets in zich heeft dat je wenste”. (opgetekend door Maurice Tuchman).
Helemaal aan het begin van haar professionele loopbaan, op haar eindexamen-tentoonstelling in 1987, liet Caroline Diepstraten 6 wandobjecten zien. Deze wandobjecten vertonen enige verwantschap met de hierboven beschreven serie. Ook hier vormen geometrische, zwart metalen frames - vaak veelhoekig - de basis. De ruimte 'binnen' de frames blijft leeg maar ze dragen - of aan de boven- of onderkant, of aan de voor- of achterkant, of aan de zijkanten, platen van glas, van zwart- of grijsgeschilderd hard- of zachtboard of een spiegelplaat. Je ogen worden de aldus gemarkeerde ruimte ingetrokken om er al botsend tegen de donkere boardplaten direct weer uit te schieten of ze worden door een aan de achterkant van het frame bevestigde spiegel nog verder de ruimte ingetrokken, maar dan in omgekeerde richting. Ook in de weerspiegeling van een glazen plaat ben je in beide ruimtes tegelijk: in de ruimte binnen het frame en in de ruimte waar het werk hangt. Een op een glasplaat gelijmd kader van hardboard, aan de voorzijde van een frame, maakt van deze een ruimtelijke tekening. Je ogen kunnen enige tijd de schaduw die het kader op de muur werpt volgen. Ruimte in ruimte in ruimte. Het uiterlijk van deze kijkkasten is sober, 'minimalistisch' bijna, ware het niet dat de lasverbindingen duidelijk zichtbaar zijn. Hoe treffend de overeenkomsten in beide series ook zijn - de positie van de beschouwer is bepalend; je kunt het werk nooit in één keer overzien; de achterkant blijft altijd verborgen en moet je er zelf bij denken; het glijdende licht is van invloed; de afzonderlijke kunstwerken vragen ieder voor zich veel aandacht - de wijze waarop Caroline Diepstraten beweging, tijd en ruimte visualiseert is in de loop der tijd veel poëtischer geworden. De kunstwerken ogen als driedimensionale gedichten, 'bloemrijke' gedichten.
'Bloemrijk' ook is een kunstwerk dat bestaat uit 42 in cement gegoten bloemhoofden van een hortensia. In een omgekeerde tros hangen ze midden in de ruimte van het atelier aan lange, zijden draden - wit en vele tinten roze - die vanuit één bevestiging in het plafond komen. Alsof ze zijn neergedaald. De hortensia - een sierheester met mooie groene bladeren en witte, roze of blauwe bolvormige bloemtrossen - is van oorsprong geen inheemse struik. Ze is zo'n 2 eeuwen geleden vanuit Amerika en Azië naar Europa gekomen. In China heet ze Xiuqiu, geborduurde bol. De frêle draden, die nauwelijks massa hebben, contrasteren met de stevige grijze massa van de bloemhoofden. Het is alsof de kleuren van de hortensia in de draden zijn getrokken.
Hoe verleidelijk het ook is om van driedimensionale gedichten te spreken en met de ogen van een romanticus naar het werk van Caroline Diepstraten te kijken - belangstelling voor het verleden; weemoed om de vergankelijkheid van het leven; verlangen naar de onmogelijke eeuwigheid; een intens gevoel voor de natuur; verlangen te zijn daar waar je niet bent en het tegenover elkaar stellen van tegendelen: echt en onecht, gevoel en verstand, donker en licht - ze benadrukt dat haar werk niet verhalend is. Het gaat haar om formele en materiële kwaliteiten. Natuurlijk verwondert ook zij zich over de schepping en bewondert ze de schoonheid van de natuur, maar het is de vorm, eerder dan de betekenis die haar fascineert - de vorm van een dinosaurusskelet, van een blad, een bloem, zelfs van een insect - waarmee ze, samen met de door haar gekozen materialen, tijd en ruimte kan veraanschouwelijken.
In haar atelier hangt (al enige tijd) een 'schilderij'. Een rand van gedroogde bladeren omlijst een dikke cementen plaat waarin de vormen (9) van dezelfde bladeren uitgespaard zijn in een compositie waarin het lijkt alsof de bladeren naar beneden dwarrelen. Een 'negatieve' vorm tegenover een 'positieve'. Dit werk is een pendant van een 'schilderij' dat in dezelfde tijd is ontstaan. Een vergulde,19e eeuwse lijst met guirlandes omgeeft een cementen plaat waarin de vormen van 6 insecten uitgespaard zijn. Steeds vanuit een ander perspectief en in wisselende gedaantes lijken ze over het vlak te krioelen. Door de uitgespaarde vormen dringt de ruimte het kunstwerk binnen. De lijsten - en zeker de vergulde lijst - accentueren het schilderijkarakter van het kunstwerk. Het motief - een insect, een vallend verdord blad - is eeuwenoud. Afgebeeld op een 17e eeuws bloemstilleven, duidt het vaak op de kortstondigheid en vergankelijkheid van het leven. Via een traditionele, picturale omweg brengt Caroline Diepstraten, gebruikmakend van onconventioneel materiaal, de beschouwer naar het heden en trekt hem met zijn ogen door de uitgespaarde vormen de ruimte in.
Wat je zou kunnen beschouwen als een hoogtepunt in het aanwenden van onconventionele materialen toont een beeld dat op één van de werkbanken in het atelier staat. Twee, in een hoek van ± 60° staande cementen skeletten (alleen de contouren en de nerven) van grote oostindische kers-bladeren worden in evenwicht gehouden door een aantal verbindingsstukken van grijs pvc en enige cirkelvormige cementen gietvlakken. Ze zijn met grijze plastic strips aan elkaar gebonden. Een draad van roze satijngaren loopt door de (open) bladeren en gaat - van onder naar boven - van het ene blad naar het andere. De verbindingsstukken zijn vervlochten met een vleeskleurige nylonkous waarvan een gedeelte uitsteekt. Een beeld met veel lagen. De kous - een soepel voorgevormd weefsel van nylondraad - en de harde, eveneens voorgevormde, verbindingsstukken van pvc zijn beiden van hun oorspronkelijke oogmerk ontdaan. Maar daar waar de vorm van de kous geheel ontkend wordt en zij alleen nog als contrasterend materiaal aangewend wordt - ook in kleur - vallen vorm, materiaal en kleur van de verbindingsstukken samen.
Kleur speelt niet alleen in het hierboven beschreven werk een subtiele rol maar in het gehele oeuvre van Caroline Diepstraten. Het zijn de soepele draden die aan de kunstwerken kleur geven in contrast met de vaak massieve grijze vormen. Grijs, net als zwart en wit een niet-kleur waarin alle kleuren 'verborgen' zijn. Het zijn ook de kleurige draden die de beschouwer in staat stellen de inhoudelijke betekenis van de grijze cementen, direct herkenbare vormen los te laten en te kijken met de ogen van Caroline Diepstraten. Ze maakt het je niet gemakkelijk, zo gewend als we zijn om in betekenissen te denken; zelfs bij de draden komt heel soms even het beeld van Ariadne en Theseus naar boven.
Maar iedere keer brengt Caroline Diepstraten je weer terug bij de tijd en in de ruimte: draden, plastic strips, een nylonkous, verbindingsstukken van pvc, een perspexplaat.
Hoe zal het verder gaan? Haar meest recente beeld is een vrijstaand beeld, geplaatst op een dikke houten plank - een soort sokkel. Cementen vormen van koolbladeren, van een hortensiabloemhoofd, van een bloem van een vetplant en delen van een dinosaurusskelet zijn samengevoegd en deels op elkaar gestapeld. De ruimte speelt er aan alle kanten doorheen.
Een stille, ingetogen compositie, geen kleurige draden. Tijd als duur.
“Een echt goed kunstwerk kun je niet volledig analyseren”, zegt Ger van Elk, “er moet een geheim in zitten, iets wat je niet in taal kunt samenvatten”.
Zo'n geheim zit er in het werk van Caroline Diepstraten.
Hedy Buursma | kunsthistorica